Robert W. Catsburg

POLDER FIGHTING

de gevechten voor de bevrijding van oostburg 20 – 30 oktober 1944

Dit boek beschrijft en illustreert in meer dan 350 pagina’s en een kleine 300 foto’s, de gevechten die leidden tot de bevrijding van het Zeeuws-Vlaamse stadje Oostburg. Deze episode maakte onderdeel uit van De Slag om de Schelde, die van september tot november 1944 in Zeeland en West-Brabant werd uitgevochten. Het grotere doel van deze veldslag was de overslagcapaciteit van de haven van Antwerpen, die essentieel was voor het voortzetten van de geallieerde campagne tegen de Nazi’s.

De strijd rondom en in de kern van Oostburg woedde van 20 tot 30 oktober en was ongekend hevig. Het menselijk leiden was zowel voor vriend als vijand onvoorstelbaar. Meer dan 200 mensen, waaronder 64 Canadese militairen en 140 burgers, lieten het leven als gevolg van het geweld.
Vanaf begin oktober 1944 lag het stadje onder kanonvuur. Het schieten nam met de dag toe, totdat de Canadese troepen de kern binnentraden op 25 oktober. De oorlog bracht dusdanige verwoestingen met zich mee, dat besloten werd om Oostburg met een nieuw stratenplan te herbouwen. De bevrijding werd daarmee een waterscheiding in de historie van het dorp en in het leven van haar inwoners.

Omdat dat de tastbare sporen en de vreselijke herinneringen aan de bevrijding door het voortschrijden van de tijd langzaam verdwijnen, is het van belang om deze herinnering levende te houden. De manier van leven die de huidige generatie Oostburgenaren nu kennen, was niet mogelijk geweest zonder de strijd die in die oktoberdagen in de straten van het dorp woedde.

Het boek is gebaseerd op de radioberichten tussen de verschillende Canadese legerenheden die betrokken waren in de strijd. Deze archiefstukken, aangevuld met dagboeken en overleveringen van burgers, Duitse en Canadese militairen, geven een uniek gedetailleerd beeld van de gebeurtenissen die uiteindelijk leidden tot de totale verwoesting en bevrijding van Oostburg.

De lezer kan de bevrijders op de voet volgen. Ervaar hoe de soldaten voorzichtig van boerderij naar boerderij liepen via de vele dijken in de polders rondom Oostburg. Ze waren wekenlang tot op de huid nat en vochten minstens zo hard met de zuigende modder en de kou als met de vijand. De Duitse verdedigers weerden zich elke keer fanatiek, maar moesten door de overmacht steeds het onderspit delven. De bewoners van Oostburg, die naar de omliggende boerderijen waren gevlucht, raakten verstrikt tussen het oorlogsgeweld. Het gevecht bereikte uiteindelijk een hoogtepunt in de Henricuspolder op 28 oktober. Er waren Britse tanks nodig om de taaie Duitse tegenstand te overwinnen.

Dit boek biedt u geschiedenis die in u eigen achtertuin plaats vond. Lezers die de streek en het stadje Oostburg kennen, zullen verbaasd zijn dat om bijna elke straat en dijkweg, waar nu de rust en wuivende bomen het beeld bepalen, een onvoorstelbare felle strijd werd gevoerd. Een strijd om niet te vergeten.

Raketten over Steenbergen

steenbergen en de verdediging van Antwerpen tegen de v1

Kort na de val van Antwerpen in september 1944 viel in deze stad de eerste Duitse V1 raketbom. Het geallieerde antwoord op de vijandelijke aanval kreeg de mysterieuze naam ‘Antwerp X’. Het afweergeschut van Antwerp X strekte zich in februari en maart 1945 uit tot in Steenbergen.

Ondanks de belangrijke bijdrage aan de uiteindelijke nederlaag van Duitsland, is het succes van deze operatie nooit algemeen bekend geworden. Dit is te wijten aan de destijds geheime wapensystemen die werden toegepast en het onheroïsche karakter van de ruim 20.000 kanonniers die 24 uur per dag het luchtruim afspeurden.

Dit boek beschrijft slechts een klein stukje van het onvertelde verhaal van de luchtverdediging van Antwerpen. Een verhaal van met schijnwerpers en lichtspoorgranaten verlichte nachten in het West-Brabantse polderland-schap. Nachten die bruut verstoord werden door het lawaai van blaffend afweergeschut en het monotone gebrom van de vliegende bommen.

Een verhaal ook van anonieme Amerikaanse en Britse soldaten. Dag na dag trotseerden ze de bijtende kou en een regen van granaat-scherven. Enkelen sneuvelden zelfs en verdienen het na 70 jaar uit de vergetelheid te worden gelicht.

Terwijl boven hun hoofden de slag werd gestreden, trachtte de bevolking met de moed der wanhoop een leven op te bouwen in het vrije maar berooide Steenbergen.

Vijf dagen in november

de bevrijding van Welberg en Steenbergen in de tweede wereldoorlog

Een gedetailleerde reconstructie van de gevechten die vooraf gingen aan de bevrijding van Welberg en Steenbergen.

Van zeedijk naar sawa met de kapotte schoen

oorlogsvrijwilligers uit steenbergen en Dinteloord aan het maasfront en op Java (1944)

Na de publicatie in 2009 van zijn eerste boek, ‘Vijf dagen in november’, over de bevrijding van Welberg en Steebergen in 1944, komt historicus Robert Catsburg uit Welberg met een spraakmakend vervolg.

Onder de titel ‘Van zeedijk naar sawa met de kapotte schoen’ wordt tot op groot detailniveau het verhaal gereconstrueerd van een groep Steenbergse en Dinteloordse jongens die als soldaat in West-Brabant en in Indonesië in het ‘kapotte schoen’-bataljon dienden. Het boek wordt uitgeven in samenwerking met de Steenbergse Heemkundekring ‘De Steenen Kamer’.

Na drie jaar onderzoek in archieven en bibliotheken en op basis van interviews met familieleden en enkele nog levende veteranen, reconstrueerde de auteur in dit bijna 300 pagina’s dikke boek de belevenissen van de Steenbergse en Dinteloordse ‘oorlogsvrijwilligers’.

In het verhaal wordt een tiental jonge mannen uit Steenbergen gevolgd die kort na de bevrijding in dienst traden bij het nieuwe Nederlandse leger. Vijf jaar bezetting en een bevrijding die door de felheid van de gevechten diepe indruk achterliet, motiveerden de naïeve achttienjarige hoofdrolspelers om met groot idealisme de strijd aan te gaan met de Duitsers en de Japanners.

Het begon allemaal op zondag 5 november 1944. Ze zich meldden zich bij de zogenaamde ‘OD’, één dag nadat ontploffende granaten de straten in Steenbergen onveilig hadden gemaakt. Een week nadien werden de met een oranje armband uitgedoste OD-ers opgenomen in de Nederlands Binnenlandse Strijdkrachten onder commando van prins Bernhard. De sectie Steenbergen van de zogenaamde ‘2ecompagnie Bewakingstroepen district Bergen op Zoom’ stond onder commando van de Steenbergenaar Bastiaanse. Bastiaanse is bij veel Steenbergenaren bekend van de schrijfmachinelessen die hij tot ver na zijn pensioen verzorgde.

Met zo’n 50 man werkte de sectie in opdracht van het geallieerde leger en de locale vertegenwoordiging van de regering in London, het ‘Militair Gezag’. De opdracht van de bewakers was om de vrijheidsbeperkende wetten, zoals die ook tijdens de Duitse bezetting golden, te handhaven. In deze rol patrouilleerden ze in de straten van Steenbergen om het naleven van de spertijd en de verduisteringsvoorschriften te controleren. Voor het geallieerde leger voerden ze bewakingstaken uit langs de ‘Militaire Zone’ en aan het front bij de Heen. De Militaire Zone liep parallel aan de linies van St. Philipsland tot in Limburg toe en schermde het front af van nieuwsgierige bezoekers. De zone liep vlak bovenlangs de bebouwde kom van Steenbergen.

De meeste van de kersverse bewakers deden ondanks het ontbreken van training en faciliteiten fanatiek hun ding. De uitrusting bestond uit een identiteitsbewijs, de oranje armband en een buitgemaakt Duits geweer. In de snijdende vrieskou liepen ze op versleten schoenen en in burgerkleding klappertandend over de zeedijk bij het Heense Sas. Aan deze periode ontleenden zij de naam van hun bataljon: ‘De kapotte Schoen’.

De situatie voor de Steenbergse bevolking ontwikkelde zich, in tegenstelling tot de hoog gespannen verwachtingen van voor de bevrijding, tot een dramatisch dieptepunt. De rantsoenen halveerden in december en er was gebrek aan alle primaire levensbehoeften. Huisvesting was door de enorme verwoestingen tijdens de bevrijdingsstrijd volledig ontoereikend. Meerdere gezinnen met tientallen kinderen woonden samen in half opgelapte dijkhuisjes. De aanwezigheid van een duizendtal evacués uit Zeeland verergerde de situatie verder en de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de bevolking daalde tot een zorgelijk niveau.

Deze situatie zorgde ervoor dat de jonge bewakers gezien hun repressieve takenpakket uiterst impopulair waren bij de bevolking. De meeste van hen deden in hun naïviteit slechts de hun opgedragen taak, terwijl anderen gebruik maakten van de situatie om zich te verrijken ten koste van medebewoners.

De onpopulariteit van de OD-ers, zoals de bewakingstroepen onder de mensen genoemd bleven worden, is vermoedelijk de reden dat er in de afgelopen 68 jaar over dit onderwerp niets is gepubliceerd.

Gelukkig voor de huidige generatie is er erg veel informatie bewaard gebleven. Zowel op bestuurlijk niveau als op het niveau van de gewone soldaat, zodat de rode lijn van het verhaal, aangekleed met anekdotes en ervaringen van de betrokkenen, kon worden opgetekend. Vele oudere Steenbergenaren zullen zich de bewakers van toen herinneren en met een glimlach op de lippen de bizarre situaties lezen waarin de kersverse soldaten zich soms wisten te manoeuvreren. De jonge Steenbergenaren met een interesse in de historie van hun woonplaats zullen met verbazing lezen hoe leeftijdgenoten met een geweer de straat op werden gestuurd om vervolgens te kunnen lezen welke consequenties dit had.

Na het einde van de oorlog werden ze als oorlogsvrijwilligers ingedeeld bij het 6eregiment infanterie. De lezer wordt meegenomen met de vrijwilligers die in oktober 1945 vertrokken naar Indië om daar orde en vrede te brengen. Omdat de
Engelsen de Nederlandse troepen niet toelieten in Indonesië, arriveerde ze na een gedwongen oponthoud in Maleisië, pas in april 1946 in het toenmalige Nederlands-Indie. Om de niet geïnformeerde lezer te helpen is een beknopt hoofdstuk opgenomen waarin in vogelvlucht de hele Indonesische onafhankelijkheid oorlog wordt geschetst.

De Steenbergenaren werden na de periode in Maleisië in de Javaanse stad Semarang ingezet om de Indonesische onafhankelijk-heids beweging neer te slaan. Met trots droegen ze op hun arm het embleem met de kapotte schoen. Onder de locale bevolking stonden ze al snel bekend als ‘sepatoe roesak’, wat Maleis is voor kapotte schoen.

Het conflict tussen Nederland en de Republiek Indonesië ontwikkelde zich tot een voor de soldaten onoplosbare kluwe van politieke verwikkelingen. Vriend, vijand, burger of militair waren voor de gewone Nederlandse soldaat niet meer te onderscheiden. Het conflict werd onoverzichtelijk en hiermee ongeloofwaardig. Hun ideaal om als bevrijder te worden verwelkomd was in die lange jaren verbleekt tot een besef dat ze verworden waren tot een speelbal van besluiteloze politici.

In het boek gaat het verhaal tot op detailniveau in op de gewone dingen in het soldatenleven in Indonesië. De angst, verdriet, heimwee en de kameraadschap tussen de hoofdrolspelers typeren het monotome bestaan van het soldatenleven.

Na maanden van zinloos zweet- en bloedvergiet in de Indonesische sawa kwamen ze in april 1948 terug naar Steenbergen. De meeste hadden grote moeite zich aan te passen aan het leven in Nederland. De bewoners van Steenbergen hadden hun eigen beslommeringen en toonden weinig interesse in de verhalen van de Indiëgangers. Al snel waren ze gedwongen om de kost te gaan verdienen en de meeste kregen een baan bij de H.K.I. aan de Molenweg. Het Indië-avontuur zakte langzaam weg in de vergetelheid.

In 2011, nu er nog maar vier van de tientallen veteranen in leven zijn, zijn de avonturen van de mannen van de kapotte schoen vastgelegd op papier. Door het verstrijken van de jaren zijn jammer genoeg de meeste directe betrokkenen overleden. Dit boek geeft de kans om de nooit vertelde ervaringen van vader of opa alsnog te leren kennen. Tevens kunnen mensen met een interesse in oorlogshistorie en of streekgebonden literatuur met dit boek hun hart kunnen ophalen.

Five Days In November

Five Days In November is more than a book about military history: it is a tale of people. It is the story of Canadians fighting for the liberty of a far-away, unfamiliar country, of civilians suddenly caught in the middle of a ferocious battle.
It is the story of soldiers in water-filled slit trenches and civilians cowering in home-made shelters, a story of tragedy and humour, of survival and victory.
It is an account that will fascinate not only the surviving veterans but the third generation as well. This book is about the exploits of their grandfathers, too many of whom did not come home.
With a foreword by Brig. Gen. (ret’d) E.A.C. “Ned” Amy, DSO, OBE, MC, CD

Author Bio: Robert Catsburg, 40, is a chemical engineer with a passionate interest in the events surrounding the liberation of this country by the Canadians, focusing on their actions in the Steenbergen area in 1944 and their impact on the local population. He is currently at work on a book about Steenbergen in the period after the liberation, from November 1944 until the end of the war in 1945. Robert lives in Welberg with his wife and two young children.Ineke Hardy, 66, immigrated to Canada from the Netherlands in 1965. Holder of a doctorate in medieval French literature, she is a professional translator certified to translate between French, English, Dutch and German. A previous book translation, The Geography of Good and Evil, by Dutch philosopher Andreas Kinneging was published in 2009. The widow of Capt. Doug Hardy, Ineke lives in Ottawa with her husband Maj. (ret’d) Daniel Stovel.